Login als professional

Login of wachtwoord vergeten?

Nog geen account?

Alles over nieuwe accounts

Naar huis

De kinderarts bepaalt in overleg met u wanneer uw kind mee naar huis gaat. Voor ontslag krijgt u van de verpleegkundige informatie over voeding, gebruik van medicijnen, behandeling en leefregels. Ook krijgt u een afspraak voor controle op de polikliniek.

Uw huisarts krijgt schriftelijk bericht van de kinderarts over de opname, het ziekteverloop en ontslag van uw kind. Van de verpleegkundige krijgt u een formulier voor de wijkverpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg (consultatie bureau) en kraamverzorgende.

Nazorg
Vooral in het begin komen thuis waarschijnlijk nog vragen op. U kunt dan contact opnemen met de huisarts, de wijkverpleegkundige jeugdgezondheidszorg of de couveuseafdeling van het ziekenhuis.
Soms kunt u gebruik maken van de couveuse nazorg. Dit betekent vier dagen thuishulp van drie uur per dag door een gespecialiseerde kraamverzorgende. Informeer bij uw ziektekostenverzekeraar naar vergoedingen. Meer hierover kunt u lezen in de folder ‘Nazorg na opname in de couveuse of op de couveuseafdeling’.

Praktische tips voor thuis

Voeding: als uw kind naar huis gaat, krijgt het meestal zeven voedingen. Bij ontslag wordt (in overleg met de kinderarts) met u besproken hoeveel voeding uw kind nodig heeft. Deze hoeveelheid geldt in ieder geval tot de eerstvolgende controle bij het consultatiebureau of de kinderarts. In het ziekenhuis is uw kind misschien gewend geraakt aan de voedingstijden van het ziekenhuis. Thuis kunt u deze tijden handhaven of langzaam aanpassen aan uw eigen dagritme.

Borstvoeding: krijgt uw kind borstvoeding, dan mag hij in principe drinken naar behoefte. Aan de tevredenheid van uw kind merkt u snel of uw kind voldoende voeding krijgt. Let er wel op dat uw kind ± zes plasluiers per dag heeft. Zo weet u zeker dat het kind voldoende voeding heeft binnen gekregen. Een kind dat borstvoeding krijgt heeft meestal zachte ontlasting. Het aantal vuile luiers kan variëren van één in de zes dagen tot zeven luiers per dag. Indien de baby naast de borstvoeding een flesje krijgt, is het advies om het drinkschema aan te houden  van de laatste dagen in het ziekenhuis. Thuis neemt de wijkverpleegkundige de begeleiding over.

Zolang u uw kind volledig of meer dan de helft borstvoeding geeft, moet u uw kind elke dag extra vitamine K en vitamine D geven. Dit is nodig omdat in borstvoeding de hoeveelheid van deze vitaminen te laag is. Vitamine D is goed voor de botontwikkeling van uw kind en vitamine K heeft het nodig voor de bloedstolling. Deze vitaminen zijn in druppelvorm verkrijgbaar. U geeft de vitaminen via een lepeltje of druppelt de vitamines rechtsreeks in het wangzakje van uw kind.

Flesvoeding: krijgt uw kind flesvoeding, volg dan de instructies op de verpakking te volgen. Laat het water tien minuten koken als er veel kalk in het water zit. De voeding mag maximaal 24 uur van tevoren klaar gemaakt worden en moet afgesloten bewaard worden in de koelkast. Het kan zijn dat uw kraamverzorgster u adviseert om de voeding per fles klaar te maken. Het opwarmen van de flessen kan met behulp van een flessenwarmer, magnetron of au-bain-marie.
Controleer altijd of de voeding op de juiste temperatuur is door bijvoorbeeld een druppel voeding op de binnenkant van uw pols te laten vallen. Vanzelfsprekend moeten de fles en de speen na gebruik goed huishoudelijk schoongemaakt worden. De fles en de speen moet u dagelijks uitkoken. De fles vijf, de speen drie minuten. In plaats van uitkoken mag de fles of speen ook in de vaatwasser.

Temperatuur: het is belangrijk dat u de eerste dagen thuis de temperatuur van uw kind in de gaten houdt. Een temperatuur tussen de 36.5 en 37.0 graden is goed. Wanneer de temperatuur van uw kind aan de hoge kant is haalt u een dekentje weg of kleedt u uw kind minder warm. Als de temperatuur van uw kind aan de lage kant is kunt u bijvoorbeeld een kruik of een extra molton in bed leggen. Leg de kruik altijd op de dekentjes en met de dop naar beneden.

Buiten wandelen: U kunt met uw kind buiten wandelen. Ook als het wat kouder is kan dat prima. U kleedt uw kind normaal aan (pakje, jasje en mutsje) en legt  uw kind in een voorverwarmde kinderwagen. Bij vorst kunt u eventueel een extra deken in de wagen leggen. Let er wel op dat uw kind het niet te warm krijgt, want dat is ook niet goed. Pas altijd op voor tocht, daar kan uw kind absoluut niet tegen. Let er in de zomer op dat u uw kind beschermt tegen de zon.

Verzorging: wassen met zeep is niet elke dag nodig, dit kan ook alleen met water. Bij een droge en schrale huid kan badolie of bodylotion worden gebruikt. Wanneer uw kind last heeft van luieruitslag (rode billen) kunt u het beste de plaats van de luieruitslag dun insmeren met babyzalf. Eventueel kunt u uw kind vaker verschonen.

Slaaphouding: de couveuseafdeling van het ziekenhuis (en ook de thuiszorg) adviseert iedereen om zijn of haar kind op de rug te laten slapen. Draai het hoofdje afwisselend naar links of rechts.

Huilen: huilen is normaal. Probeer in eerste instantie een oorzaak te vinden voor het huilen en neem, indien mogelijk, deze oorzaak weg. Verder worden baby’s door koesteren bijna altijd rustig. Mogelijke oorzaken van het huilen: honger, een vieze luier, een boertje dat dwarszit, na de voeding, darmkrampjes (in dit geval huilt uw kind hard en hardnekkig en maakt een gespannen indruk), behoefte aan contact, het kind is uit zijn doen, overgang naar een ander voedingsritme of regeldagen bij borstvoeding, te warm of te koud.